💬 Dit artikel bevat affiliatelinks. Koop je via zo'n link iets, dan ontvangen wij een kleine commissie — voor jou verandert de prijs niets. We linken alleen naar spullen die we zelf gebruiken of zouden aanraden. Lees meer.
In het kort
- De rode kersgarnaal (Neocaridina davidi, Red Cherry) is dé instapgarnaal: makkelijk, kleurrijk en hij kweekt vanzelf in een gerijpte bak.
- Streefwaarden: GH 6–8, KH 2–6, pH ongeveer 7–7,5 en een temperatuur van 18–25 °C. Geen speciale Caridina-condities nodig.
- Vanaf zo'n 20–30 liter ben je goed bezig; geef mos, schuilplekken en een gevarieerd dieet, dan groeit de kolonie geleidelijk.
- Houd verschillende kleurvormen van Neocaridina apart: door elkaar gekweekt verkleuren de jongen terug naar wildkleur (grauw/doorzichtig).
De rode kersgarnaal is voor veel mensen de eerste garnaal in het aquarium, en niet voor niets. Hij is felgekleurd, blijft klein, doet de hele dag nuttig werk op planten en hardscape, en — het mooiste — hij kweekt vanzelf zonder dat je iets ingewikkelds hoeft te doen. In deze gids lees je precies hoe je Neocaridina davidi (de soort achter de handelsnaam Red Cherry) gezond houdt en je kolonie laat groeien.
In mijn eigen garnalenbakje begon ik met tien doffe, half-doorzichtige diertjes uit de winkel. Drie maanden later, zonder iets bijzonders te doen behalve stabiel water en wat mos, telde ik er tegen de veertig — en de kleur werd met elke generatie dieper rood. Dat “vanzelf” is geen marketing.
Wat voor garnaal is de rode kersgarnaal?
De rode kersgarnaal hoort bij het geslacht Neocaridina. Dat is belangrijk om te weten, want het onderscheidt hem van de gevoeligere Caridina-garnalen (zoals de Bee- en Bijengarnalen), die juist zacht, zuur water nodig hebben. Neocaridina is een stuk toleranter en daarom de logische keuze voor beginners.
De “rode” is maar één kleurvorm. Door selectie zijn er talloze varianten van dezelfde soort: van het lichtere Cherry via Sakura en Fire Red tot het diepe Bloody Mary. Ook gele (Yellow Fire), blauwe (Blue Dream) en groene vormen bestaan — allemaal Neocaridina davidi. Volwassen blijven ze klein, zo’n 2 tot 3 centimeter, waarbij de vrouwtjes groter zijn en feller kleuren dan de mannetjes.
Waterwaarden: simpel en stabiel
Neocaridina vraagt geen exotische condities, maar wel rust in je waarden. Streef naar:
- GH 6–8 (algemene hardheid — de bouwstof voor hun pantser);
- KH 2–6 (zorgt voor een stabiele pH);
- pH ongeveer 7 tot 7,5 (rond neutraal);
- temperatuur 18 tot 25 °C — bij kamertemperatuur heb je vaak niet eens een verwarming nodig.
Het allerbelangrijkste is stabiliteit. Garnalen verdragen een breed bereik, maar reageren slecht op plotselinge schommelingen. Een geleidelijke aanpassing is altijd beter dan een “perfect” getal dat heen en weer springt. Heb je zacht kraan- of osmosewater, vul je GH dan gericht aan; lees hoe in onze gids over GH verhogen voor garnalen.
Temperatuur en zuurstof
Bij hogere temperaturen (richting 25 °C) zijn de garnalen actiever en kweken ze sneller, maar daalt het zuurstofgehalte en verouderen ze wat rapper. Tussen 20 en 23 °C zit je voor de lange termijn goed. Een rustig bewegend wateroppervlak zorgt voor genoeg zuurstof.
De bak inrichten
Een rode kersgarnaal heeft geen groot aquarium nodig. Vanaf zo’n 20 tot 30 liter heb je al een prima kolonie-bakje, omdat hun bioload (afvalproductie) heel laag is. Belangrijker dan de liters is de inrichting:
- Veel beplanting en mos. Javamos, christmasmos of een dichte pol planten geven schuilplekken en vormen weidegrond voor de biofilm waar garnalen op grazen.
- Een gerijpte bak. Laat het aquarium eerst volledig inrijden voordat je garnalen toevoegt — een jonge, instabiele bak is de meest voorkomende oorzaak van uitval. Lees hoe je een aquarium goed opstart.
- Een veilig filter. Dek de aanzuig van je filter af met een sponsje of gebruik een sponsfilter, anders verdwijnen jonge garnaaltjes erin.
- Geen koper. Garnalen zijn extreem gevoelig voor koper; let daar op bij medicijnen en plantenmest.
Voeding
Een garnalenbak voedt zichzelf voor een groot deel: aanslag, biofilm en restjes plantmateriaal vormen de basis. Toch is bijvoeren goed voor kleur en conditie. Geef een gevarieerd dieet:
- een compleet garnalenvoer als basis;
- af en toe een blaadje gekookte spinazie, brandnetel of een plakje courgette;
- zo nu en dan een eiwitrijke snack (bijvoorbeeld een speciaal eiwittabletje).
De gouden regel: voer kleine porties die binnen een paar uur op zijn. Overvoeren is dé manier om je waterwaarden te verpesten en planaria of andere ongewenste gasten aan te trekken. Een vastendag per week kan geen kwaad.
Kweek: het gebeurt vanzelf
Het mooie van Neocaridina is dat je niets bijzonders hoeft te doen. In een stabiele, gerijpte bak gaan ze vanzelf aan de slag. Je herkent het zo:
- Een dragend vrouwtje heeft een trosje eitjes onder de buik (“berried”), die ze met haar pootjes voortdurend van zuurstof voorziet.
- Na ongeveer drie tot vier weken komen er piepkleine, kant-en-klare garnaaltjes uit — geen larvenstadium, zoals bij de amano-garnaal die daarvoor brak water nodig heeft.
- De jongen verstoppen zich in het mos en eten hetzelfde als de ouders.
Wil je een snelle, gezonde kolonie? Begin met minimaal 10 dieren, houd het water stabiel en wees geduldig. Binnen een paar maanden zie je het verschil.
Let op bij het mengen van kleuren
Alle kleurvormen van Neocaridina davidi zijn onderling kruisbaar. Houd je rode én blauwe garnalen in één bak, dan kruisen ze en verkleuren de nakomelingen binnen enkele generaties terug naar de grauwe, half-doorzichtige wildkleur. Wil je mooie, vaste kleuren behouden, houd dan één kleurvorm per bak. (Neocaridina kruist trouwens niet met Caridina — dat zijn aparte geslachten.)
Gezelschap
Een garnalenbak draait het best als garnalen-only. Wil je toch vissen, kies dan kleine, vreedzame soorten zoals een school neonzalmen of dwergrasbora’s, en accepteer dat een deel van de jonge garnaaltjes als snack eindigt. De volwassen garnalen zelf zijn meestal veilig. Vermijd grotere, jagende of bodemwoelende vissen volledig.
Veelgemaakte beginnersfouten
- Garnalen in een nieuwe bak zetten. Wacht tot het aquarium echt is ingereden.
- Te snel grote waterwissels. Doe liever vaker een kleine (10–20%) dan zelden een grote.
- Koperhoudende producten. Lees etiketten van mest en medicijnen altijd goed.
- Overvoeren. De meest onderschatte oorzaak van vervuild water en sterfte.
Houd je het simpel — stabiel water, een gerijpte bak, veel mos en kleine porties voer — dan is de rode kersgarnaal een van de dankbaarste bewoners die je kunt kiezen. Hij doet het werk grotendeels zelf.
Wat je hiervoor nodig hebt
- GH+ mineralenzout (remineralisatie) Bij zacht of osmosewater hebben garnalen extra mineralen nodig voor een stevig pantser en een goede vervelling. Hiermee til je je GH gericht naar 6–8.
- Compleet garnalenvoer Een gevarieerd basisvoer met plantaardige vezels en eiwitten houdt kleur en conditie op peil; voer kleine porties die binnen een paar uur op zijn.
- Javamos of ander aquariummos Mos is schuilplek, weidegrond voor aanslag én de veiligste plek voor pasgeboren garnaaltjes — bijna onmisbaar in een kweekbak.
Veelgestelde vragen
Hoeveel rode kersgarnalen kun je het beste samen houden?
Begin met minimaal 10 stuks. Het zijn sociale dieren die zich veiliger voelen in een groep, en met meer exemplaren kweken ze sneller een stabiele kolonie op. In een bakje van 20–30 liter kun je probleemloos richting tientallen garnalen, omdat hun bioload heel laag is.
Kweken rode kersgarnalen vanzelf?
Ja. In een gerijpte, schone bak met stabiele waterwaarden vermeerderen Neocaridina vanzelf. De vrouwtjes dragen de eitjes onder hun staart en de jongen komen als mini-garnaaltjes uit het ei — geen larvenstadium in brak water, zoals bij de amano-garnaal. Geduld en rust zijn de belangrijkste ingrediënten.
Kun je rode kersgarnalen met vissen combineren?
Met kleine, vreedzame vissen zoals neonzalmen of dwergrasbora's kan het, maar reken erop dat jonge garnaaltjes opgegeten worden. Wil je een groeiende kolonie, kies dan voor een garnalen-only bak met veel mos en schuilplekken. Vermijd grotere of jagende vissen.
Welke waterwaarden hebben rode kersgarnalen nodig?
Mik op GH 6–8, KH 2–6, pH rond 7–7,5 en 18–25 °C. Belangrijker dan perfecte cijfers is stabiliteit: garnalen reageren slecht op schommelingen. Is je kraanwater erg zacht, vul dan GH aan met een mineralenzout zodat ze genoeg bouwstoffen hebben voor hun pantser.