Vissen & garnalen

Otocinclus verzorging: de zachte algeneter

Otocinclus houden? Deze kleine, vreedzame algeneter eet aanslag en kiezelalg, maar vraagt een groep van minstens 6 en een goed ingereden bak. Zo doe je het.

Gids Door Erik van der Veen Bijgewerkt 14 juni 2026

💬 Dit artikel bevat affiliatelinks. Koop je via zo'n link iets, dan ontvangen wij een kleine commissie — voor jou verandert de prijs niets. We linken alleen naar spullen die we zelf gebruiken of zouden aanraden. Lees meer.

In het kort

  • Otocinclus (Otocinclus affinis/vittatus) is een piepkleine, vreedzame algeneter die aanslag en bruine kiezelalg van planten en ruiten graast.
  • Houd ze altijd in een groep van minimaal 6; het zijn scholingsvissen die zich in een kleine groep slecht voelen.
  • Ze zijn gevoelig bij transport en in een nieuwe bak: zet ze pas in een goed gerijpt aquarium met zichtbare aanslag om op te grazen.
  • Bij te weinig algen moet je bijvoeren met groentevoer of algenwafels, anders hongeren ze stilletjes uit.

De Otocinclus is een van de aardigste algeneters die je in een gezelschapsaquarium kunt zetten: piepklein, vreedzaam en de hele dag bezig met het afgrazen van aanslag en bruine kiezelalg van je planten en ruiten. Maar er zit een addertje onder het gras — ze zijn in de eerste weken gevoelig en gaan in een verkeerd opgezette bak vaak roemloos ten onder. In deze gids lees je hoe je dat voorkomt.

Wat is een Otocinclus?

Onder de handelsnaam “Oto” of “dwergmeerval” vallen verschillende soorten van het geslacht Otocinclus, meestal Otocinclus affinis of Otocinclus vittatus. Het zijn kleine, slanke zuigmeervalletjes uit Zuid-Amerika die zelden groter worden dan zo’n 4 tot 5 centimeter. Met hun zuigmondje hechten ze zich aan bladeren, ruiten en hardscape en raspen ze daar de algenlaag vanaf.

Ze zijn volstrekt vreedzaam: ze doen geen enkele vis of garnaal kwaad en passen daardoor in vrijwel elk rustig gezelschap. Hun talent ligt vooral bij de zachte aanslag en de bruine kiezelalg die in veel aquaria opduikt — precies de alg die ze in een gevulde, beplante bak het liefst eten.

Houd ze in een groep

Het belangrijkste wat je over Otocinclus moet onthouden: het zijn scholingsvissen. In de natuur zwemmen ze in groepen van tientallen tot honderden. Een paar losse exemplaren in je bak worden schichtig, eten slechter en gaan eerder dood.

Houd daarom minimaal 6 Otocinclus samen, en liever 8 tot 10 als je bak het toelaat. In een groep zie je hun echte gedrag: ze grazen samen over de planten, rusten op dezelfde bladeren en gaan rustig hun gang. Hun bioload is laag, dus zo’n groepje past prima in een aquarium van 60 liter of groter — zie ook onze uitleg over hoeveel vissen er in 60 liter passen.

Toen ik mijn eerste drie Otocinclus kocht — want “meer hoefde toch niet voor zo’n klein visje” — hielden ze zich constant verstopt en at er eentje binnen een week niet meer. Bij de tweede poging zette ik er meteen acht bij in een gerijpte bak vol kiezelalg. Verschil van dag en nacht: actief, zichtbaar en al maanden gezond.

Een gerijpte bak is een voorwaarde

Hier gaat het vaak mis. Otocinclus komen na vangst en transport regelmatig al verzwakt en uitgehongerd in de winkel aan. Zet je ze dan in een kale, net opgestarte bak zonder algen, dan is er simpelweg niets te eten en hongeren ze stil uit.

De gouden regel: voeg Otocinclus pas toe aan een goed ingereden aquarium dat al een paar maanden draait en zichtbaar aanslag en kiezelalg heeft. Een lichte laag bruine kiezelalg, die voor jou misschien lelijk is, is voor hen een gedekte tafel. Heb je een nieuwe bak met bruine aanslag, lees dan eerst hoe je bruine kiezelalg aanpakt — en wacht met Oto’s tot de bak echt stabiel is.

Goede dieren uitkiezen

In de winkel let je op:

  • een ronde, gevulde buik — een ingevallen of holle buik wijst op uithongering;
  • actief gedrag, geen lusteloos op de bodem hangen;
  • helder gekleurde dieren zonder wondjes of witte plekken.

Acclimatiseer ze daarna rustig (langzaam wennen aan je waterwaarden), want plotselinge veranderingen verdragen ze slecht.

Waterwaarden en inrichting

Otocinclus zijn niet extreem kieskeurig op waterwaarden, maar houden van schoon, stabiel water:

  • temperatuur ongeveer 22 tot 26 °C;
  • zacht tot middelhard water met een pH rond neutraal;
  • vooral: geen schommelingen en een laag nitraat door regelmatige waterwissels.

Voor hun welzijn is de inrichting belangrijker dan een perfect getal. Geef ze:

  • veel beplanting met brede bladeren om op te grazen en te rusten;
  • hardscape en kienhout, want op hout zit vaak lekker veel aanslag en biofilm;
  • een rustige, vreedzame omgeving zonder grote of jagende medebewoners.

Voeding: reken niet alleen op de algen

Zolang er aanslag en kiezelalg in de bak zit, voeden Otocinclus zichzelf grotendeels. Maar een gezonde, hongerige groep eet die voorraad sneller op dan je denkt — en dan begint het verhongeren opnieuw. Bijvoeren is dus geen luxe, maar noodzaak.

Geef regelmatig:

  • plakjes gekookte courgette of komkommer (even verzwaren zodat ze zinken);
  • geblancheerde spinazie of een ander zacht groenblad;
  • een algen- of groentewafel die naar de bodem zakt.

Controleer of het eten ook echt op gaat en haal restjes na een dag weg, zodat je je waterwaarden niet belast. Zie je je Oto’s met holle buikjes rondhangen, dan voer je te weinig.

Past de Otocinclus in jouw bak?

Kort samengevat is de Otocinclus ideaal als je:

  • een gerijpte, beplante bak hebt die al een tijd stabiel draait;
  • ruimte hebt voor een groep van minstens 6;
  • bereid bent om bij te voeren als de algen opraken;
  • een rustig, vreedzaam gezelschap voor ogen hebt.

Doe je dat, dan krijg je er een charmant, ijverig poetsploegje voor terug dat jaren meekan. Behandel je ze als wegwerp-algenpoetser in een kale nieuwe bak, dan stellen ze teleur. Het verschil zit volledig in jouw voorbereiding.

Wat je hiervoor nodig hebt

  • Groentevoer / algenwafels Als de natuurlijke aanslag op is, redden je Otocinclus het niet op lucht. Een algen- of groentewafel en plakjes courgette houden ze in conditie.
  • Een goed gerijpte bak met aanslag (geen aankoop, wel een voorwaarde) Otocinclus hebben een ingereden aquarium met biofilm en kiezelalg nodig om te overleven. Dit is geen product, maar de belangrijkste 'uitrusting' die je vooraf regelt.

Veelgestelde vragen

Hoeveel Otocinclus moet ik minimaal houden?

Minimaal 6, en liever meer. Otocinclus zijn echte groepsdieren die zich pas op hun gemak voelen — en zich pas normaal gedragen — in een schooltje. In een te kleine groep worden ze schichtig, eten ze slechter en gaan ze sneller dood. Zes tot tien stuks in een goed beplante bak van 60 liter of meer is een prima uitgangspunt.

Waarom gaan Otocinclus zo vaak kort na aankoop dood?

Otocinclus zijn gevoelig voor de stress van vangst en transport en komen vaak al verzwakt en uitgehongerd in de winkel aan. Zet ze daarom nooit in een kale, nieuwe bak: zonder aanslag om op te grazen verhongeren ze. Acclimatiseer ze rustig, kies actieve, ronde dieren (geen ingevallen buikjes) en zorg voor een gerijpte bak met algen.

Wat eten Otocinclus als de algen op zijn?

Als de aanslag en kiezelalg op zijn, moet je bijvoeren. Geef plakjes gekookte courgette of komkommer, blanched spinazie, of een algen-/groentewafel. Verzwaar de groente even zodat hij zinkt. Reken niet op je Otocinclus als levende algenpoetser zonder bijvoeding — een gezonde groep heeft het hele jaar door eten nodig.

Zijn Otocinclus geschikt voor beginners?

Ze zijn vreedzaam en handig tegen aanslag, maar de gevoeligheid in de eerste weken maakt ze niet de allergemakkelijkste starter. Het beste advies: voeg ze pas toe als je bak een paar maanden draait, stabiel is en zichtbaar aanslag heeft. In een goed lopend, gerijpt aquarium zijn ze daarna juist dankbaar en rustig in onderhoud.

Verder lezen